Statuten

(Klik op de link om de statuten te downloaden in pdf formaat)

STATUTEN JACHTHAVENVERENIGING DE NADORST

gevestigd te Hasselt

Mr. Th.A. Ritsema    Notaris te Apeldoorn.  Dossier 88349/JTH.

Datum 23 november 2000.

 

——————————————STATU­TEN————————————-

NAAM.

Artikel 1.

De vereniging draagt de naam: Jachthavenvereniging De Nadorst.

ZETEL.

Artikel 2.

Zij heeft haar zetel in de gemeente Hasselt.

DOEL.

Artikel 3.

  1. De vereniging stelt zich ten doel de bevordering van de watersport in het algemeen en van het watertoe­risme in het bij­zonder.
  2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
  3. het beheren en instandhouden, en zonodig stichten, van één of meer jachthaven(s);
  4. alle andere wettige middelen, welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

 

LEDEN.

Artikel 4.

  1. Leden kunnen slechts zijn natuurlijke personen. Een min­derjarige kan lid worden indien deze de leef­tijd van twaalf jaar heeft bereikt en schrifte­lijke toe­stemming heeft van diens wette­lij­ke verte­gen­woor­di­ger.
  2. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

 

ASPIRANTLEDEN – MEDEGEBRUIKERS – BEGUNSTIGERS.

Artikel 5.

  1. Aspirantleden zijn zij die aan de activiteiten van de vereniging deelnemen, maar nog geen recht hebben op een ligplaats, zoals in artikel 10 staat vermeld.
  2. Medegebruiker is een naaste verwant of partner van een lid, die als zodanig door een lid aangemeld en door het bestuur geaccep­teerd en geregistreerd zijn.

In geval van overlijden van een lid behoudt de mede­gebruiker, gedurende een termijn van twaalf maanden direct volgend na de datum van overlijden van het lid, het recht op de ligplaats van het betref­fende lid onder de verplichting alle verplich­tingen verbon­den aan diens lidmaatschap na te komen. Indien de medege­brui­ker zich binnen twaalf maanden aanmeld als lid en door het bestuur als zodanig wordt toegelaten, behoudt de medegebruiker dezelfde ligplaats. Deze medegebruiker hierna ook medege­bruikers genoemd.

  1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereni­ging financieel te steunen met een door de algemene vergadering vast te stellen minimumbijdrage.
  2. Aspirantleden, medegebruikers en begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd. Aspirantleden zijn geen leden in de zin van de wet.

 

TOELATING.

Artikel 6.

  1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden, aspirantleden en begunstigers.
  2. Bij niet toelating tot lid kan de algemene vergade­ring alsnog tot toelating besluiten.

 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP.

Artikel 7.

  1. Het lidmaatschap eindigt:
  2. door de dood van het lid;
  3. door opzegging door het lid;
  4. door opzegging namens de vereniging. Deze kan ge­schieden wan­neer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lid­maatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtin­gen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wan­neer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
  5. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgespro­ken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  6. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
  7. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortdu­ren.
  8. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
  9. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
  10. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  11. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereni­ging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  12. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een vereni­gingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

 

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN ASPIRANTLEDEN EN BEGUNSTI­GERS.

Artikel 8.

  1. De rechten en verplichtingen van een aspirantlid en van een begunstiger kunnen te allen tijde eenzijdig door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.
  2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

 

JAARLIJKSE BIJDRAGEN.

Artikel 9.

  1. De leden, de aspirantleden en de begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastge­steld. Zij kunnen daartoe in catego­rieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
  2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeelte­lijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

 

RECHTEN LEDEN.

Artikel 10.

  1. Een lid heeft recht op één ligplaats in de jachtha­ven voor de aan hem toebehorende boot.
  2. Aan een aspirant-lid kan een ligplaats worden toege­wezen door het bestuur. Het aspirantlidmaatschap wordt hierdoor automatisch omgezet in een lidmaat­schap per de eerste van de maand volgende op de toewijzing van de ligplaats.
  3. De leden mogen hun toegewezen ligplaats niet aan derden in gebruik geven of verhuren. Bij besluit van de algemene vergadering kan hiervan worden afgeweken en kunnen te dier zake voorwaarden worden ge­steld.
  4. Bij besluit van de algemene vergadering kunnen aan het recht op een ligplaats beperkingen worden ge­steld.

 

BESTUUR.

Artikel 11.

  1. Het bestuur bestaat tenminste uit drie en ten hoogste zeven leden, die door de algemene vergade­ring worden benoemd. De benoeming ge­schiedt uit de leden.
  2. De bestuursleden worden benoemd voor ten hoogste drie jaren. Bij besluit van de algemene vergadering kan geregeld worden hoeveel malen een bestuurslid herbe­noemd kan worden.

Het bestuur stelt een rooster van aftreden op.

  1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 4. Tot het opmaken van zulk een voordracht is bevoegd het bestuur.
  2. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin ten­minste twee/derde van de leden vertegenwoordigd is.
  3. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
  4. Indien er meer dan één bindende voordracht is, ge­schiedt de benoeming uit die voordrachten.

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP – PERIODIEK LIDMAATSCHAP –

SCHORSING.

Artikel 12.

  1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is be­noemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Ontslag kan echter niet worden verleend, indien niet tenmin­ste zes­tig pro­cent (60 %) van de stemgerech­tigde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoor­digd is. Een schor­sing die niet binnen drie maanden ge­volgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

De aftredende is herkiesbaar, onverminderd het be­paalde in artikel 11 lid 2, tweede zin. Degene, die in een tussen­tijdse vacature wordt benoemd, neemt op het roos­ter van aftreden de plaats van zijn voorgan­ger in.

  1. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
  2. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
  3. door bedanken.

 

BESTUURSFUNCTIES – BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR. Artikel 13.

  1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen.

Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.

  1. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzit­ter en de secretaris worden vastgesteld en onderte­kend. In afwijking van het hetgeen de wet dienaan­gaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een be­sluit niet beslissend.
  2. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

 

 

 

BESTUURSTAAK – VERTEGENWOORDIGING.

Artikel 14.

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
  2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergade­ring te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
  3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijk­heid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uit­voeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.
  4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkom­sten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede­schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
  5. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergade­ring voor besluiten tot:
  6. onverminderd het bepaalde onder II het aangaan van rechtshande­lingen en het verrichten van investe­ringen een bedrag of waarde van meer dan vijf­tig pro­cent (50 %) van de liquide middelen, waarbij door split­sing aan de strekking van deze bepaling geen af­breuk kan worden gedaan;
  7. a.             het huren, verhuren en op andere wijze in ge­bruik of genot verkrijgen en geven van onroe­rende goederen;
  8. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de ver­eniging een bankkrediet wordt verleend;
  9. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik­maken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
  10. het aangaan van dadingen;
  11. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uit­zondering van het nemen van conservatoire maat­regelen en van het nemen van die rechtsmaatre­gelen, die geen uitstel kunnen lijden.

Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

  1. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door:

–              het bestuur;

–              twee gezamenlijk hande­lende be­stuursle­den.

 

 

JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING.

Artikel 15.

  1. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereni­ging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behou­dens verlenging van deze termijn door de algeme­ne vergadering, zijn jaarverslag uit en doet onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
  4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commis­sie van tenminste twee perso­nen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commis­sie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
  5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoor­ding bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
  6. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
  7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, de door de wet geschreven termijn te bewaren.

 

 

ALGEMENE VERGADERINGEN.

Artikel 16.

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdhe­den toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigings­jaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
  3. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 15 met het verslag van de al­daar bedoelde commissie;
  4. de benoeming van de in artikel 15 genoemde commis­sie voor het volgende verenigingsjaar;
  5. voorziening in eventuele vacatures;
  6. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekon­digd bij de oproeping voor de vergadering.
  7. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  8. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping over­eenkomstig artikel 20 of bij adverten­tie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.

 

TOEGANG EN STEMRECHT.

Artikel 17.

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de leden van de vereni­ging, de aspirantle­den, de medegebrui­kers en de begun­sti­gers. Geen toegang hebben ge­schorste leden en ge­schorste bestuursleden.
  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
  3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem. Aspirantleden, medegebruikers en begunstigers hebben geen stem­recht.
  4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daar­toe gemachtigde ander lid uitbren­gen. Het eerstgenoemde lid kan ook diens medege­bruiker schriftelijk machti­gen.

 

 

VOORZITTERSCHAP – NOTULEN.

Artikel 18.

  1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhan­delde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING.

Artikel 19.

  1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzit­ter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daar­van betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schrifte­lijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrach­te stemmen.
  4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voor­dracht, een tweede stemming tussen de voorge­dragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrek­te meerderheid verkregen, dan vinden herstem­mingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrek­te meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
  6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verwor­pen.
  7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij onge­tekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij accla­matie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofde­lijke stemming verlangt.
  8. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergade­ring.
  9. Zolang in een algemene vergadering alle stemgerech­tigde leden aanwe­zig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige beslui­ten worden genomen, mits met algemene stemmen, om­trent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbin­ding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

 

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING.

Artikel 20.

  1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 4. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
  2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 21.

 

 

 

STATUTENWIJZIGING.

Artikel 21.

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgeno­men, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een verga­dering waarin tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoor­digd dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroe­pen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoor­dige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

 

ONTBINDING.

Artikel 22.

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algeme­ne vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voor­gaande artikel is van overeen­komstige toepassing.
  2. De algemene vergadering bepaalt bij het besluit tot ontbinding de bestemming van een eventueel liquida­tiesaldo.

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

Artikel 23.

  1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk regle­ment vaststel­len, het bestaande huishoudelijke regle­ment en het havenreglement zijn nog steeds van kracht.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

 

VAN DE HAVENMEESTER.

Artikel 24.

  1. De algemene vergadering kan uit de leden een haven­meester benoe­men.
  2. De havenmeester kan door de algemene vergadering te allen tijde gevraagd en ongevraagd van zijn taak ontheven worden. Onge­vraagde ontheffing van zijn taak kan echter niet worden verleend, indien niet tenmin­ste zes­tig pro­cent (60 %) van de stemgerechtigde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
  3. De havenmeester vervult zijn taak zelfstandig, maar in overleg met het bestuur.
  4. De taak van de havenmeester wordt geregeld bij be­sluit van de algemene vergadering.

 

getekend op 23 november 2000

  1. van Duijvenvoorde en R. van der Mijl   (jachthavenvereniging) E.R. Helder (waarnemend notaris)